Interne financiering en zelffinanciering

Interne financiering; Probeer het eerst zonder de bank




Alles wijst er op dat het vinden van financiering voor investeringen en werkkapitaal lastig of zelfs onmogelijk blijft. Wat kun je als bedrijf doen om financieringszorgen te verlichten? Eerst kritisch naar jezelf kijken, zeg ik, en proberen interne financiering of zelffinanciering te realiseren.


Fors probleem

Het EIM doet regelmatig onderzoek naar de balansstructuur, de financiering en de besteding hiervan in het MKB. Kort samengevat komen 'Financieringsmonitor 2011' en 'Financiering van MKB bedrijven' er op neer dat vlottende activa in het MKB gemiddeld 63 % van de activa vormen. Er zit dus meer geld in voorraden, debiteuren en onderhanden werk dan in machines, inventaris en gebouwen. Ook de vlottende passiva (crediteuren, belastingschuld, rekening-courant krediet) blijken omvangrijk. Ze vormen gemiddeld 41 % van de passiva op de balans.

Uit de enquete blijkt ook dat als MKB-bedrijven financiering zoeken dit in 40 - 50 % van de aanvragen (mede) dient om stijgend werkkapitaal te financieren. Ongeveer 30 % van de aanvragen wordt afgewezen.


Het waarom is bij financieren net zo belangrijk als hoe

Financiering zoek je om te investeren. Investeren kan in uitbreidings-investeringen, in vervangingsinvesteringen en in werkkapitaal. Vooral kredietaanvragen voor werkkapitaal zijn vaak eigenlijk indicaties dat het slecht gaat; oplopende voorraden, slecht betalende debiteuren en stijgend onderhanden werk door stagnerende projecten. We hebben de indruk dat vaak vergeten wordt dat er binnen een bedrijf goede alternatieven voor een banklening of rekening-courant krediet beschikbaar zijn. Voor je een kredietaanvraag doet kun je beter bezien of er ruimte is op de balans om investeringen zelf / intern te financieren of dat ruimte gemaakt kan worden. Of het eigen vermogen wordt door huidige of nieuwe aandeelhouders versterkt. Ik laatn zien dat er veel vormen van 'intern' financieren zijn.


Waarom is een hoog werkkapitaal onwenselijk?

Werkkapitaal, zoals voorraden, debiteuren en onderhanden werk, is weliswaar noodzakelijk om een organisatie te laten functioneren, maar tegelijkertijd is het een groot financieel risico, dat groeit met de omvang ervan.

a. De nominale waarde kan afnemen, bijvoorbeeld doordat voorraden onverkoopbaar blijken of doordat debiteuren geheel of gedeeltelijk niet betalen. Deze waardedalingen worden als kosten geboekt.

b. De onderdelen waaruit het werkkapitaal bestaat leveren geen inkomsten op. Ze veroorzaken zelfs renteverlies.

c. Werkkapitaal gebruikt financieringsruimte; het is een besteding ervan. Hoe hoger debiteuren, voorraden en onderhanden werk, hoe hoger het eigen en/of vreemd vermogen moet zijn. Aan de mogelijke financiering zitten grenzen, die worden bepaald door factoren als winst-perspectieven, bedrijfstak-vooruitzichten, garanties door derden, van geboden onderpand en heel belangrijk: het vertrouwen van de bank. Het kan dus – om allerlei redenen – gebeuren dat geen verdere financiering gevonden wordt, hoewel het werkkapitaal stijgt.


Beslissers zijn de sleutel tot de oplossing

Mijn indruk is dat de omvang van het werkkapitaal tot een probleem is geworden omdat de oorzaken niet begrepen worden. Niet de onbekendheid of het niet-gebruiken van financiele technieken is de oorzaak van financiele problemen, maar het onbegrip van de oorzaken van de groei van werkkapitaal. Werkkapitaal groeit door de dagelijkse beslissingen, die medewerkers nemen en die doorwerken in het werkkapitaal. Een grote klant, die een langere betaaltermijn vraagt; de inkoper, die een grote order plaats om extra korting te krijgen; de verkoopmedewerker, die klanten 'altijd direct leverbaar' belooft; het project dat uitloopt zodat ook de facturering van termijnen stagneert. Dagelijks loopt het werkkapitaal dus tientallen keren vanuit vele hoeken het gevaar te groeien. Ook als elke beslissing winst oplevert (op kostenbasis), loopt een bedrijf het risico dat het deze groei van werkkapitaal niet kan dragen. Bovendien worden veel medewerkers beloond of beoordeeld op het verschil tussen kosten en opbrengsten, niet op de timing van de uitgaven en inkomsten.


Belangrijk bij de beheersing van werkkapitaal is dat inzicht verschaft wordt aan de medewerkers die over die middelen beslissen. De problematiek is vaak duidelijk aan de financiele mensen, maar er is een communicatie-probleem met beslissers, zoals inkopers, marketing-medewerkers en project-leiders. Daarom moet met interviews uitgezocht worden wie op welke manier de hoogte van afzonderlijke posten beinvloedt. Dit kan goed vastgelegd worden in een schema.

Wie wat en waarom beslist komt in beeld door de beslissers te interviewen. Gevraagd wordt wat hun beslisregels zijn (wanneer bestelt u?, waarom bestelt u die hoeveelheid?, enz.) Vaak blijkt dat beslissers wel economisch denken (omdat zij daarop beoordeeld en beloond worden), maar dat zij weinig oog hebben voor de timing van inkomsten en uitgaven. Zo kan de inkoper hoge kortingen krijgen als deze grote bestellingen plaatst. Het resulterende hoge voorraadniveau is niet zijn/haar risico.


Goede kengetallen helpen

Een goed middel om werkkapitaal te bewaken zijn kengetallen. Deze kunnen als alarmsignalen dienen om bij te sturen. De gegevens hiervoor komen uit de administratie, maar eigenlijk is een goede liquiditeitsprognose beter. Want de toekomst is beter bij te sturen dan het verleden.

Eigen normen en die verbeteren

Een veelgehoorde vraag is wat goede normen zijn voor de kengetallen van werkkapitaal. Helaas zijn die niet te geven omdat de bedrijfstak en de strategie van veel bedrijven sterk verschillen. Als je een onbevredigende situatie wilt verbeteren moeten er dus intern normen gesteld worden. Om de haalbaarheid te bevorderen kunnen deze het beste opgesteld worden samen met het management (dus niet alleen door de financiele mensen), want dat zijn de beslissers die het werkkapitaal beinvloeden. Hun medewerking is nodig want je grijpt in hun autonomie in. Om te beginnen kunnen de kengetallen van vorig jaar als te halen norm genomen worden van waaruit verbeterdoelen en praktische verbeteringen geformuleerd worden.


Interne financiering helpt

Als externe financiering lastig of onaantrekkelijk lijkt is het nuttig te bezien of er ruimte is op de balans om investeringen te financieren of dat ruimte gemaakt kan worden. De werking van een balans is eigenlijk eenvoudig; als er geinvesteerd wordt in bijvoorbeeld een machine van € 25.000 stijgt de debetkant van de balans met dat bedrag. Om dat mogelijk te maken kunnen in principe alle andere balansposten - eventueel in combinatie - veranderen, terwijl de balans in evenwicht blijft. Wat zijn de mogelijkheden als de schulden niet kunnen of mogen stijgen?

  1. Desinvesteren. Om een investering mogelijk te maken kan ruimte op de balans geschapen worden door overbodige of onrendabele bedrijfsmiddelen te verkopen of buiten gebruik te stellen (en geheel af te schrijven).
  2. Werkkapitaal verlagen. Uit onderzoek van het EIM blijkt dat bij het gemiddelde MKB-bedrijf 63% van de activa uit werkkapitaal bestaat; daar zit veel ruimte. Een blijvende verlaging van het werkkapitaal (door voorraden te verkleinen, klanten minder krediet te geven, eerder te factureren of leveranciers later te betalen) schept ruimte op de balans.
  3. Activa verkopen en terughuren. Bedrijven kunnen bestaande activa verkopen aan een investeerder en deze terughuren van deze investeerder.
  4. Eigen vermogen vergroten. Door het aandelenkapitaal te verhogen (bij een N.V. / B.V.) of door een privé-storting in het bedrijf (bij een eenmanszaak) met het bedrag van de investering ontstaat ruimte voor investeringen. De verhoging van het eigen vermogen verbetert de solvabiliteit bovendien.
  5. De netto-winst gebruiken. De netto-winst kan - na betaling van vennootschaps- of inkomsten-belasting - als investeringsruimte gebruikt worden. Dat kan vorm krijgen door geen dividend uit te betalen en/of door de prive-opnemingen door de eigenaar te verlagen.
  6. Vorderingen terugroepen. Veel bedrijven hebben een rekening-courant-verhouding met hun eigenaar, een holding of met zuster-bedrijven. Of zij lenen geld aan deze verbonden partijen. Door deze af te bouwen schep je investeringsruimte.
  7. Leveranciers financieren. Leveranciers van activa hebben er belang bij dat de investering kan doorgaan en dat de financiering geen probleem is. Financiering door een leverancier kan zelfs in drie vormen :
  1. de leverancier verhuurt het bedrijfsmiddel in plaats van het te verkopen;
  2. de leverancier leased direct of indirect het bedrijfsmiddel;
  3. de leverancier vraagt een all-in-tarief per geleverde prestatie, bijvoorbeeld een kilometerprijs voor het gebruik van een bestelbus.

De investering wordt dan buiten de balans om gerealiseerd, maar verschijnt wel in de bedrijfskosten. Let op: T.z.t. komen geleasde activa wel op de balans.


Een andere mogelijkheid - die veel bedrijfseigenaren blijkbaar liever niet wensen te zetten omdat ze geen invloed willen afstaan - is het aantrekken van risicodragend vermogen van buiten. Vaak van een durfkapitaal-investeerder.

Is financieren met eigen vermogen gratis geld?

Over interne financiering, dus met eigen vermogen, hoeft geen rente betaald te worden. Dit geeft een gunstig beeld in de jaarrekening, maar het is een onjuist beeld. Het is verstandig te rekenen met een winstbegrip dat rekening houdt met de - veronderstelde - rentekosten van eigen vermogen; de economische winst. De economische winst berekent u door de boekhoudkundige winst (die is berekend op basis van werkelijk betaalde rente) te verlagen met: het eigen vermogen (aandelenkapitaal + reserves) x risicovergoeding. De risicovergoeding is de vergoeding, die financiers, rekening houdend met koersdaling en faillissement, zouden vragen. In de praktijk is dit 10 tot 15%. Of redeneer andersom; de vergoeding die u zou krijgen als u belegt in een project met een gelijk risico. Eigen vermogen is dus niet gratis.

Kijk kritisch naar jezelf

Een kritische blik op de eigen financiele kwaliteit en een open blik naar interne financierings-mogelijkheden kan veel bedrijven de frustratie van een afgewezen krediet-aanvraag besparen.